 De duisternis dringt zich op. Niet de geruststellende duisternis van de slaap, noch de eerlijke duisternis van een maanloze nacht – maar een dikke, zoemende leegte, warm als adem en koud als steen.
Even is er niets. Geen herinnering. Geen lichaam. Geen tijd.
Dan beginnen de fluisteringen.
Geen woorden. Geen gedachten. Alleen het gevoel opgemerkt te worden.
Iets ouds en merkwaardigs streelt je geest, niet kwaadaardig, niet vriendelijk, gewoon… geïnteresseerd.
Een aanwezigheid die aanvoelt als een vraag die je niet begrijpt.
En dan, plotseling
Licht. Pijn. Vallen.
Je ogen schieten open.
Je ligt op koude, violet verlichte steen, de lucht dik van de geur van zoete rot en bloeiende bloemen. De grot om je heen pulseert zwakjes, alsof ze ademt. De muren fluistert namen – zelfs namen die je nooit hardop hebt uitgesproken.
Je bent niet alleen.
Vormen bewegen zich in de schemering: de anderen die werden meegenomen, weggerukt uit hun wereld, net zoals jij. Je herinnert je je leven vóór dit moment... maar niets van hoe je hier terecht bent gekomen. Geen strijd. Geen betovering. Geen gezicht van een ontvoerder.
Alleen de leegte, het gefluister, en dan deze plek.
Je polsen en enkels doen pijn waar ooit boeien je vasthielden, hoewel de boeien nu gebroken op de grond liggen. Een aardbeving moet ze hebben losgerukt of iets anders.
Aan de overkant van de grot leidt een smalle doorgang dieper de steen in.
Er komt een vage metaalachtige geur vanaf... bekend.
Je uitrusting.
Je wapens.
Je gereedschap.
Alles wat je bij je droeg voordat de duisternis je meenam.
Je voelt het bijna naar je roepen.
Maar tussen jou en die doorgang strekt de grot zich uit als de binnenkant van een gigantische ribbenkast, de schaduwen verschuiven met een eigen wil. Ergens achter de steen hoor je in de verte gelach – hoog, wreed en echoënd door tunnels die er niet zouden mogen zijn.
Een laatste gefluister krult door de lucht en streelt je achterhoofd:
"Je hoort hier niet thuis. Maar je zou er wel thuishoren."
De grot beeft.
Iets nadert.
Jouw verhaal in dit vreemde, onmogelijke rijk begint nu. |